Vanuit een WW-uitkering

Voor het starten van een eigen praktijk vanuit een WW-uitkering heb je toestemming  van het UWV nodig. Bij je re-integratiecoach van het UWV kun je een oriëntatieperiode van drie maanden aanvragen. Je kunt gedurende deze periode een beroep doen op de IRO (de Individuele Re-integratie Overeenkomst) voor de financiering van professionele begeleiding door een startersbureau dat gespecialiseerd is in re-integratie van WW naar ondernemerschap. Tijdens de oriëntatieperiode heb je geen sollicitatieplicht en mag je een ondernemingsplan opstellen; onderzoek doen naar een vestigingsplaats; financiering, eventuele vergunningen en verzekeringen regelen, zonder dat dit gevolgen heeft voor je uitkering.
De re-intergratieadviseur van het UWV beoordeelt aan de hand van het ondernemingsplan of de eigen praktijk levensvatbaar is. Als dat zo is, kun je, als je eenmaal met de eigen praktijk bent gestart, maximaal zes maanden een WW-uitkering behouden. De WW-uitkering is gedurende deze periode een voorschot dat verrekend wordt met de inkomsten uit de praktijk. Ongeveer twee jaar nadat je als zelfstandige bent gestart vindt de definitieve verrekening plaats. Het is verstandig om hiervoor geld opzij te zetten.

Ook zijn er financieringsmogelijkheden, vanuit de Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz).

Vanuit een Bijstandsuitkering

De Gemeentelijke Sociale Dienst kan je informeren over wat de gevolgen van het starten van een eigen praktijk zijn voor je bijstandsuitkering. Ook kunnen zij je informeren over financieringsmogelijkheden, zoals bijstandsverlening op grond van de BBZ.
Als de eigen praktijk niet haalbaar blijkt, stop je met de werkzaamheden als zelfstandige. Wanneer je aan de voorwaarden voor een bijstandsuitkering voldoet, heb je direct weer recht op een bijstandsuitkering.

Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz)

Het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz) kent verschillende mogelijkheden van bijstandsverlening. En is zowel bedoeld voor mensen die (vanuit een uitkering) een eigen bedrijf willen starten, als voor zelfstandigen die tijdelijk in financiële nood verkeren. De volgende groepen kunnen een beroep doen op het Bbz:

  • Startende zelfstandigen
  • Gevestigde zelfstandigen in tijdelijke financiële problemen
  • Oudere zelfstandigen (ouder dan 55 jaar) met een niet-levensvatbaar bedrijf
  • Zelfstandigen die hun bedrijf willen beëindigen

Er bestaan verschillende vormen van bijstandsverlening, uitgevoerd door de Gemeentelijke Sociale Dienst:

  • Renteloze lening: In het voorbereidingsjaar een bedrag van € 2.708. Zodra de eigen praktijk daadwerkelijk van start gaat, wordt de lening omgezet in een rentedragende lening. Gedurende dit voorbereidingsjaar stel je een ondernemingsplan op.
  • Starterskrediet/bedrijfskapitaal: Een rentedragende lening van maximaal €32.905 (per 1-1-2010).
  • Periodieke uitkering: Tot 36 maanden na de start van de eigen praktijk kun je aanspraak maken op een aanvullende inkomensondersteuning, wanneer je inkomen uit de eigen praktijk beneden bijstandsniveau ligt.
  • Vergoeding begeleidingskosten: In het eerste jaar na de start kan de gemeente een bedrag voor de kosten van deskundige begeleiding beschikbaar stellen.

Om een uitkering op basis van het Bbz te ontvangen, moet de praktijk levensvatbaar zijn en moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Aan eventuele vestigingseisen
  • Minimaal 1225 uur per jaar in de praktijk werkzaam zijn. Dit is gelijk aan gemiddels 24,5 uur per week
  • Hulp via een bank of een borginstellingsfonds is niet meer mogelijk