Eenmanszaak

Bij een eenmanszaak bestaat er geen verschil tussen privé en zakelijk vermogen. Als enige eigenaar ben je hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van eenmanszaak. Als je een levenspartner hebt, is het verstandig om een verbintenis op huwelijkse voorwaarden aan te gaan, en er zo voor te zorgen dat in geval van faillissement van de praktijk het privé-vermogen van je partner geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing wordt gelaten.
Over de winst uit de praktijk betaal je inkomstenbelasting, maar daar staat tegenover dat je recht kan hebben op fiscale voordelen in de vorm van ondernemersaftrek. Als eigenaar/ondernemer moet je wel aan het urencriterium van minimaal 1225 uur per jaar voor de eigen zaak werken. Stel dat een jaar 50 werkweken heeft, dan moet je minimaal 24,5 uur per week in de eigen praktijk werkzaam zijn.
Een eenmanszaak kan je zelf oprichten en er is geen oprichtingskapitaal vereist. In een eenmanszaak kunnen meerdere mensen werken. Inschrijving bij de Kamer van Koophandel is verplicht. Tot 1 juli 2008 bestond er een vrijstelling voor de zgn. vrije beroepsbeoefenaren.

Vennootschap onder firma (VOF)

De rechtsvorm voor de eigen praktijk met twee of meer vennoten, die net als bij de eenmanszaak, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de VOF. Ook hier geldt, dat het verstandig kan zijn om met de levenspartner een verbintenis op huwelijkse voorwaarden aan te gaan.
Alle vennoten hebben recht op een evenredig deel van de winst, waarover inkomstenbelasting moet worden betaald. Iedere vennoot kan individueel in aanmerking komen voor ondernemersaftrek. Voorwaarde is ook hier dat elke vennoot minimaal 1225 uur per jaar in de vennootschap werkzaam is. Voordat je een vennootschap begint is het verstandig om een contract over de samenwerking op te stellen. Modelcontracten zijn te verkrijgen bij de Kamer van Koophandel.
Een VOF kan je zelf oprichten, zelf inschrijven bij de Kamer van Koophandel en er is geen oprichtingskapitaal vereist.

Man-vrouwfirma

De man-vrouwfirma is een speciale vorm van de VOF: je begint samen met je levenspartner een onderneming. Dezelfde regels als voor de VOF zijn van toepassing. Wanneer je beiden voldoet aan het urencriterium, en dus allebei ondernemer bent voor de inkomstenbelasting, kan je gebruikmaken van de belastingfaciliteiten voor de ondernemer.
De man-vrouwfirma is geen rechtspersoon en elk van de partners is hoofdelijk aansprakelijk voor schulden van de onderneming. Dit geldt ook als je niet in gemeenschap van goederen bent getrouwd.

Maatschap

Alleen stille maatschappen worden niet in het Handelsregister ingeschreven. Dit omdat zij niet voor de buitenwereld kenbaar zijn, oftewel niet in het openbaar als maatschap naar buiten treden. Bijvoorbeeld 2 vaktherapeuten die een maatschap hebben omdat ze dezelfde praktijkruimte gebruiken.  Wel heeft een maat van een stille maatschap meestal een inschrijfplichtige onderneming. Vaak zijn dit eenmanszaken.

De maatschap wordt niet ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, omdat een maatschap geen bedrijf uitoefent maar een samenwerkingsvorm is tussen twee of meer vrije beroepsbeoefenaren die ieder iets inbrengen (arbeid, geld en/of goederen), met als doel het voordeel dat daaruit voortvloeit samen te delen.
Bij de maatschap is er geen onderscheid tussen het privé-vermogen van de maten en het vermogen van de maatschap. Maten die daartoe bevoegd zijn kunnen overeenkomsten afsluiten namens de maatschap, waarna alle maten gedeeld aansprakelijk zijn. Schuldeisers van de maatschap kunnen bij de maten terecht voor een evenredig deel van de schuld. Volgens de wet hebben zij echter geen voorrang op privé-schuldeisers.
De winst wordt verdeeld in verhouding tot de inbreng van de maten en iedere maat betaalt inkomstenbelasting
over het eigen deel van de winst. Omdat de belastingdienst elke maat als zelfstandig ondernemer ziet, heeft deze recht op ondernemersaftrek, investeringsaftrek en fiscale oudedagsreserve. Een maat is geen werknemer en zal net als bij de eenmanszaak zelf de benodigde verzekeringen moeten afsluiten.

Voor de oprichting van een maatschap is een notariële akte niet verplicht. Toch is het raadzaam om met behulp van een juridische adviseur of accountant een maatschapakte op te stellen waarin de volgende zaken schriftelijk wordt vastgelegd:

  • Inbreng van de maten.
  • Winstverdeling, verdeling bevoegdheid.
  • Voortzetting activiteiten bij beëindiging van de maatschap: Volgens de wet eindigt de maatschap namelijk bij uittreding of overlijden van één van de maten.

Alleen een zgn. stille maatschao heeft geen verplichte inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Besloten Vennootschap (BV)

Het kapitaal van een BV is in aandelen verdeeld, die in handen zijn van één of meerdere aandeelhouders. Bij schulden van de BV kunnen schuldeisers alleen aanspraak maken op het vermogen van de BV en niet op het privé-vermogen van directeuren en/of aandeelhouders.
Bij een BV moet er rekening gehouden worden met de volgende belastingen:
vennootschapsbelasting, loonbelasting, dividendbelasting, inkomstenbelasting directie.
Een ander fiscaal nadeel is, dat van de ondernemersaftrek
, de zelfstandigenaftrek komt te vervallen.
Voor de oprichting van een BV stelt een
notaris een oprichtingsakte op, zorgt voor de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en moeten de oprichters minimaal €18.000 op de bankrekening van de BV storten.

Voor de goedkoopste notaristarieven, klik op deze link.

Stichting (met onderneming)

Voor de oprichting van een stichting door één of meerdere (natuurlijke- en/of rechts-) personen stelt een notaris een oprichtingsakte op. Naast een oprichtingsverklaring bevat deze ook de statuten van de stichting. De stichting moet worden ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

In de statuten moeten de volgende zaken worden opgenomen:

  • Naam van de stichting, met het woord stichting als deel van de naam.
  • Doel van de stichting.
  • Wijze van benoeming en ontslag van bestuurders.
  • De gemeente in Nederland waar de stichting is gezeteld.
  • Bestemming van het overschot na vereffening van de stichting in geval van ontbinding.

Bestuurders van een stichting zijn niet aansprakelijk voor de schulden van de stichting. Een stichting kan winst maken, dus kan een onderneming zijn die werknemers in dienst heeft. Bestuurders zijn niet in loondienst, hoewel ze wel een honorarium voor hun werk kunnen ontvangen, en vallen daarom niet onder de werknemersverzekeringen.
Of een stichting nu wel of geen BTW moet afdragen is een ingewikkeld verhaal, waarvoor je het beste een belastingadviseur of de Belastingdienst kan raadplegen. Een stichting moet in ieder geval vennootschapsbelasting betalen, als er sprake van
een onderneming is.